Branches
Branches
Loonheffing Op dit moment is het wetsvoorstel de „Paarse Krokodil" in behandeling. Dit wetsvoorstel moet leiden tot een administratieve lastenverlichting voor het bedrijfsleven. Hierna wordt een aantal in het oog springende zaken met betrekking tot werknemers vermeld. • De waarde van het kerstpakket mag worden verhoogd van € 35 naar € 70 per kalenderjaar. Belangrijk is ook dat u meerdere cadeaus mag geven, als de totale waarde op jaarbasis maar niet uitgaat boven € 70. Ter financiering van deze maatregel wordt het tarief van de eindheffing verhoogd van 15% naar 20%. • De forfaitaire bijtelling van € 22,69 per maand, als de werkgever de telefoonkosten van de werknemer vergoedt, vervalt. Alle kosten van werknemers voor de vaste en mobiele telefoon, ISDN en ADSL mogen onbelast worden vergoed als het zakelijke gebruik ten minste 10 % bedraagt. • De kosten voor personeelsuitjes mogen door de werkgever in zijn geheel onbelast worden vergoed als de activiteit voor ten minste 75% van het personeel openstaat. • De vaste vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer wordt verruimd. Deze vergoeding mag u blijven door betalen, ook al reist de werknemer niet naar zijn vaste werkplek in verband met bijvoorbeeld een zakenreis. Slechts als de werknemer minder dan 70% van het aantal werkdagen naar zijn vaste werkplek reist, moet de vergoeding worden aangepast. • Zakelijke maaltijden mogen nu vol ledig onbelast worden vergoed. De aftrekbeperkingen zijn vervallen. Vennnootschapsbelasting De verlaging van de vennootschapsbelasting moet gefinancierd worden door de grondslag van de vennootschapsbelasting te verbreden. Dit gebeurt onder meer met de volgende maatregelen. • De afschrijving van gebouwen wordt beperkt door de invoering van een bodemwaarde. Afschrijving is slechts mogelijk als de boekwaarde niet lager is dan deze bodemwaarde. Daarbij wordt de bodemwaarde voor beleggingspanden gesteld op 100% van de WOZ-waarde, terwijl de bodemwaarde voor gebouwen die in de eigen onder neming worden gebruikt wordt gesteld op 50% van de WOZ-waarde. Gebouwen waarop al vóór 2007 minder dan drie jaar is afgeschreven vallen onder overgangsrecht. Op deze gebouwen mag gedurende de rest van de drie jaar nog volgens het bestaan de regime worden afgeschreven. De afschrijvingsbeperking geldt niet voor kassen, omdat deze niet als gebouw worden aangemerkt. • De afschrijving van goodwill mag ten hoogste 10% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten bedragen, terwijl de afschrijving van andere bedrijfsmiddelen ten hoogste 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten mag bedragen. Ligt de bedrijfswaarde lager dan de boekwaarde, dan mag afwaardering op de lagere bedrijfswaarde plaatsvinden. • De ontwikkelingskosten van nieuwe producten kunnen in het kalender jaar waarin deze kosten worden gemaakt ineens worden afgeschreven. Hierdoor is het niet langer nodig om ontwikkelingskosten te activeren als verwacht mag worden dat tegenover deze kosten toekomstige baten van ten minste dezelfde omvang staan. • De waardering van onderhanden werken komt erop neer dat winstneming op onderhanden werken en opdrachten die voor een vaste prijs zijn aan genomen, voortaan niet meer geheel bij de oplevering van het werk mag plaats vinden maar dat de winst geleidelijk tot uitdrukking wordt gebracht naarmate het werk voortgang vindt (percentage of completion methode). • Dit geldt ook voor IB-ondernemers. Ook voor IB-ondernemers komt een belastingverlagende maatregel. Deze maatregel houdt in dat op de winst een bedrag in aftrek gebracht mag worden ter grootte van 10% van de winst. Om de verlaging van de „winstbelasting" te financieren, worden de termijnen waarbinnen verliezen verrekend kunnen worden bekort en wel als volgt: • De termijn van voorwaartse verrekening van verliezen wordt beperkt tot negen jaar. • De termijn van achterwaartse verrekening van verliezen wordt beperkt tot één jaar, met uitzondering van de termijn voor ondernemingsverliezen in box l van de inkomstenbelasting. Daarvoor blijft een termijn gelden van drie jaar. • Alle per l januari 2007 nog niet verrekende verliezen blijven tot en met 2011 verrekenbaar op grond van het overgangsrecht. Met ingang van 2012 zijn verliezen uit het jaar 2002 of daarvóór niet meer verrekenbaar.